Untitled Document Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document
Untitled Document Untitled Document Untitled Document
Naamloos document
Verenigingsgeschiedenis


In het kader van het 25-jarig jubileum schreef H.A.M. van Ostaden de volgende bijdrage voor het jubileumboekje:

 

DE AANZET

 

Hoe is het allemaal begonnen?

 

Daarvoor moeten we terug naar het jaar 1956. Toen werd namelijk de aanzet gegeven die tot de oprichting van de toenmalige Judoclub Goirle heeft geleid.

 

In Tilburg bestond de sportschool van Peter Beljaars. Deze had een assistent Cees Kools genaamd. Enkele Goirlese leerlingen van deze sportschool trainden daar één keer per week, maar ze vonden dit eigenlijk niet voldoende. Ze wilden meer. Met name Leo Visser vroeg Cees of het mogelijk was om in Goirle onder zijn leiding de judosport te gaan beoefenen. Op de vraag hoe hij zich dat gedacht had, antwoordde Leo Visser dat hij en enkele anderen in Goirle op de levensschool zaten, waar ze een uur per week sport kregen. Nu wilden ze in dat uur graag judo gaan doen.

 

Van het één kwam het ander en er volgde een gesprek met de toenmalige directeur van de levensschool, de heer Van Schendel

 

Nu nog wordt met veel waardering teruggedacht aan deze doortastende man, want aan hem is eigenlijk alles te danken, als je de zaken op een rijtje zet. De heer Van Schendel had een handicap, ofschoon hij er erg goed mee overweg kon en er niet veel van liet merken. De man was namelijk blind.-

 

Als directeur van de levensschool voelde hij wel wat voor het voorstel. Een opmerkelijk standpunt, want men moet bedenken dat er in die tijd nog niet zoveel judoka’s waren en men vond het in het algemeen maar een stelletje vechtersbazen.

 

Cees Kools kwam als sportleider parttime op de levensschool met als enige vergoeding een buskaart om op en neer te reizen. Na enig zoeken werd er een ruimte gevonden om te sporten op de zolder van het parochiehuis van de Maria Boodschap aan de Van Malsenstraat.

 

Er was wel wat improvisatietalent nodig, want hoge worpen konden niet worden uitgevoerd omdat je dan tegen de hanebalken sloeg. Een worp naar rechts kon ook niet, want dan vloog je de wenteltrap af. Desondanks werd er getraind. De judomat bestond uit zakken gevuld met konijnenvellen.

 

Er was echter door de heer Van Schendel één beperking opgelegd, er mocht absoluut geen ruchtbaarheid aan de lessen gegeven worden en geen publiek worden toegelaten, daar er nogal wat verzet was bij verschillende officiële instanties in Goirle tegen de judosport. Maar in de praktijk blijkt altijd en overal dat zoiets moeilijk geheim te houden is.

 

   

DE GEBOORTE  

   

De vriendinnetjes van de jongens die les hadden kwamen een keertje kijken en ze kwamen steeds terug.      

Op een avond, begin 1957, kwam de heer Van Schendel eens eventjes ‘kijken’. Hij had zijn geleidehond beneden vastgelegd, want het arme dier vond het maar niets dat twee mensen elkaar vast pakten en leken te vechten.

 

Toen hij boven kwam vroeg hij aan Cees om even te stoppen en vroeg:

 

“Meneer Kools, vertel me eens, hoeveel toeschouwers zijn hierboven?”

 

Cees dacht, hoe weet hij dat nu weer, want iedereen was muisstil. Die man kan wel zien!!!

 

Het antwoord was, dat er enkele meisjes van de leerlingen zaten te kijken.

 

Daarop antwoordde de heer Van Schendel, dat het er volgens hem twaalf waren.

 

Wat was geval?

 

De goede man was kennelijk tegen de fietsen opgebotst en had ze geteld. Het aantal klopte precies met de werkelijkheid, zoals toen bleek toen Cees de koppen telde.

 

“Meneer Kools, zei de heer Van Schendel, “nu het toch eenmaal zover is, moeten we er maar helemaal mee in de openbaarheid.  

   

Besloten werd om in nauwe samenwerking met de levensschool een judoclub op te richten en aldus geschiedde op 17 mei 1957 met een demonstratiemiddag in het parochiehuis. Als voorzitter-adviseur fungeerde, op verzoek van Cees, de heer Van Schendel. Cees zelf werd trainer-leraar. Er waren vijf leden: Leo, Louis en Noud Visser, Eli van Boxtel en Jos Krah. De geboorte van Judoclub Goirle was een feit.

 

  DE GROEI  

   

Al snel kreeg de club meer leden, allemaal senioren wel te verstaan, aangezien de lessen nog steeds via de levensschool gegeven werden. Ook het aantal lessen breidde zich uit.

 

Dit had natuurlijk gevolgen voor Cees Kools. Hij was meubelmaker van zijn vak en had een goede werkgever, maar meer dan drie middagen vrij geven om judolessen te geven, werd hem toch wel al te kras. Goede raad was duur.

 

Nu was er ondertussen, we schrijven oktober 1960, een zeer actief lid bij de club gekomen, namelijk Jo Vaes. Jo zei tegen Cees: “Er moet toch wel een oplossing zijn, ik ga mijn licht eens opsteken.” Zo gezegd, zo gedaan en via de heer Govert van Enschot, destijds bestuurslid van de Stichting Buurt- en Gezinswerk, waaronder de levensschool ressorteerde, kwam men tot de oplossing. Cees werd sportleider op de levensschool voor halve dagen en de rest van de tijd zou hij uitgeleend worden als beheerder van het instuifgebouw. Hierdoor kon Cees nog meer aandacht besteden aan zijn zo geliefde judosport.  

  Ondertussen was de ruimte waarin getraind werd te klein geworden.

 

De judoclub werd verplaatst naar het patronaat achter de kerk van St. Jan.

 

Er moest wel veel geruimd worden, want het zaaltje was als opslagplaats voor overtollig kerkmeubilair gebruikt, maar het was de moeite waard.  

   

Er werd ondertussen met veel succes judo geoefend. De gebroeders Visser bijvoorbeeld, waren zeer begaafd en sleepten menig prijs en beker weg op toernooien waaraan werd deelgenomen. Noud Visser werd later zelfs tot drie maal achtereen Nederlands militair kampioen.  

  De heer Van Schendel was inmiddels uit Goirle vertrokken. Hij werd opgevolgd door de heer Van Lierop, die daarmede ook het advies- en voorzitterschap overnam.

 

Er waren ondertussen wat jeugdleden bijgekomen en daarmee werd een juniorenafdeling gevormd. De heer Van Lierop vond dit niet passen in het kader van de levensschool en eiste opheffing hiervan. Cees weigerde hieraan te voldoen en de judoclub maakte zich los van de levensschool. Er werd gekozen voor een verenigingsvorm compleet met bestuur. Cees zorgde voor aansluiting bij de N.J.J.B. (Nederlandse Judo en Jiu Jitsu Bond). De Eerste Judo Club Goirle ging zelfstandig verder.  

 

  Toen Jo Vaes in oktober 1960 lid werd en binnen enkele maanden tot voorzitter werd gekozen, trof hij de vereniging aan in een zeer slechte financiële toestand.

 

Ik citeer uit een verslag: ledenbestand 35, kasgeld f 2,35, schuld aan de Stichting Buurt- en Gezinswerk f 5.555,00 voor aanschaf van de judomat.

 

Zijn voorzitterschap werd al snel uitgebreid met die van secretaris-penningmeester. Kees Luyten assisteerde als incasseerder.  

  Op 20 mei 1962 vierde de EJCG haar eerste lustrum, bij gelegenheid waarvan de voorzitter de burgemeester van Goirle, de heer G.L. Elsen, tot ‘judoka bruine band honoris causa’ wierp.  

  Bij gelegenheid van Koninginnedag 1962 nam de EJCG massaal deel met een praalwagen, waarbij de in nieuwe judopakken gestoken senioren een bord meedroegen met als tekst:

 

“DOEN KUNNEN WIJ ALLES, MAAR DAN OOK ALLEEN ALLEN SAMEN”  

   

Men had niet duidelijker de saamhorigheid naar buiten kunnen uitdragen.

 

De vereniging was één grote familie, waar in heel Nederland en zeker in het zuiden met respect naar werd opgekeken.  

   

Het ene judosucces na het ander volgde, Zuidnederlandse titels, persoonlijk en in teamverband, waardoor ook goede contacten ontstonden met de grote judoka’s van die tijd, zoals de, helaas door een auto-ongeval te vroeg overleden Jan van Ierland uit Tilburg en de Europees, later Wereld- en Olympisch kampioen, Anton Geesink.

 

Beiden waren regelmatig te gast in Goirle en tussen Anton en Cees ontstond een vriendschap, die nu nog steeds bestaat.  

   

EEN EIGEN DOJO  

   

Er was in zeer korte tijd veel gebeurd. Men was verhuisd van het patronaatszaaltje naar een eigen dojo.

 

Doordat er meerder verenigingen in het patronaatszaaltje gehuisvest waren, o.a. de tafeltennisvereniging Red Star, en men steeds hiervoor de eigen dure judomat moest opruimen, werd er omgezien naar een andere ruimte.    

 

Cees als beheerder van het instuifgebouw, vond de oplossing, met medewerking van frater Eugenius van Dongen.

 

Binnen het gebouw werd door leden van de vereniging de biljartzaal en bibliotheek naar een andere ruimte verplaatst en men hield zodoende een kale ruimte over, zonder verwarming of ook maar enige luxe.

 

Het was wederom de actieve Jo Vaes die samen met de leden een donateursaktie op touw zette en ook zeer succesvol afsloot. Hierdoor was het mogelijk de dojo in te richten en de schulden af te lossen.

 

In mei 1963 werd de eigen dojo in gebruik genomen.

 

Men begreep er bij de N.J.J.B. niets van dat zo’n kleine vereniging uit zo’n klein dorpje als Goirle, zo maar een eigen dojo uit de grond wist te stampen.

 

Waarschijnlijk was het de eerste vereniging in Nederland met een eigen dojo.

 

Succes bleef voor de vereniging en de leden.

 

Men presteerde het om bijvoorbeeld drie maal in teamverband tweede te worden tijdens de Nederlandse Kampioenschappen. De leden van dit team waren:

 

Leo en Noud Visser, Wout Krijnen, Sjef van de Pol, Geert Vromans met als reserves: Kees Luyten, Jos Krah en Eli van Boxtel.

 

Opmerkelijk was wel dat bij kampioenschappen als deze er twee á drie bussen supporters meegingen. Een unieke zaak.  

   

HET ACCENT VERLEGD  

 

Doordat de vereniging beschikte over een eigen dojo, ontstond er een enorme bloei. Waren het in het begin allemaal senioren, nu kwamen er steeds meer junioren en jeugdleden. De allereersten jeugdleden waren: Alex Verhagen en Ad Kleinenbreugel.

 

Omdat de oudere leden gingen trouwen en verhuizen, veranderde de samenstelling van de vereniging. Het accent kwam meer te liggen op de jeugd.  

 

  Toen op 28 en 29 september 1974 sporthal De Haspel werd geopend vond de vereniging hierin haar huidige onderkomen, want het instuifgebouw werd afgebroken.

 

Maar Cees zou Cees niet zijn als hij niet net zo lang gewerkt had totdat, op eigen kosten weliswaar, de vereniging een EIGEN ingang kreeg, waardoor men niet meer afhankelijk was van de ingang en organisatie van de sporthal zelf.

   

  Was de vereniging gestart onder de naam Judoclub Goirle, weer veranderd het zelfstandig worden in Eerste Judo Club Goirle, nu werd de naam gewijzigd in:  

 

  EERSTE SPORT- EN JUDOVERENIGING GOIRLE    

 

Op 17 mei 1982 vierde de vereniging haar 25-jarig bestaan op grootse wijze.